Baarle van vraagt of de minister bij de EU gaat pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het akkoord met Israël en voor sancties tegen bedrijven die meewerken aan de E1-nederzetting.
Baarle van vraagt welke maatregelen de minister voorstelt om de hulp aan Gaza te vergroten en medische evacuaties toe te staan, en vraagt naar het functioneren van het Internationaal Strafhof.
Baarle van vraagt of de minister sancties tegen de parallelle regering van de RSF in Sudan wil bepleiten en wil weten welke sancties Nederland tegen mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren heeft bepleit.
Baarle van vraagt om een tweeminutendebat en wil dat Nederland zorgt voor een Europees vredesinitiatief voor Myanmar, gericht op een staakt-het-vuren.
Baarle van vraagt of de minister Rusland als vijand ziet en of het gebruik van dat woord door de minister van Defensie een diplomatieke oplossing bevordert.
Piri noemt het Israëlische E1-project een rode lijn en vraagt om sancties tegen bedrijven en banken die eraan bijdragen.
Piri vraagt of Nederland het Duitse voorstel steunt voor een lening van 100 miljard euro aan Oekraïne op basis van bevroren Russische tegoeden.
Piri vraagt naar de rol van de EU en de NAVO bij Russische dreiging en wil dat het kabinet scenario's voor hybride aanvallen uitwerkt.
Piri vraagt of het kabinet de Afghaanse bewakers van de Nederlandse ambassade in Kabul gaat helpen, zoals de Kamer heeft gevraagd.
Piri vraagt of het kabinet heeft besloten Rusland voortaan als vijand aan te duiden en vindt dat de minister van Defensie buiten het eigen werkterrein is getreden.
Dobbe zegt dat Nederland volgens het Genocideverdrag meer moet doen om de genocide in Gaza te stoppen en vraagt waarom het kabinet geen extra maatregelen tegen Israël neemt.
Dobbe vraagt het kabinet de genocide en oorlogsmisdaden door Israël te erkennen en vraagt onder meer om wapen- en handelsembargo’s en erkenning van de Palestijnse staat.
Dobbe vraagt wanneer het kabinet de aangenomen motie uitvoert om met andere landen maatregelen tegen Israël te nemen als het E1-project doorgaat en EU-maatregelen uitblijven.
Dobbe noemt de uitspraak van de minister van Defensie dat Rusland ‘onze vijand’ is onverantwoordelijk en vraagt welke gevolgen deze uitspraak heeft voor Nederland.
Dobbe vraagt of bedreigde Russische journalisten en mensenrechtenverdedigers een Schengenvisum voor meerdere reizen kunnen krijgen en vraagt aandacht voor de rechten van politieke gevangenen in Rusland.
Hoogeveen vraagt hoe Nederland bevroren Russische tegoeden wil gebruiken voor Oekraïne ondanks de bezwaren van België, en of het niet beter is andere oplossingen te zoeken.
Hoogeveen wil dat Nederland steun aan Oekraïne blijft geven en vraagt of het kabinet tijdens de onderhandelingen over de EU-begroting kan aandringen op meer steun van Frankrijk en Spanje.
Hoogeveen vraagt of Nederland zich inzet voor extra beveiliging van belangrijke infrastructuur en hoe het ministerie omgaat met Russische oorlogstaal.
Hoogeveen vraagt naar de situatie in de Rode Zee en waarom Nederland de EU-missie ASPIDES steunt, terwijl die volgens Hoogeveen veel overlap heeft met de Combined Maritime Forces.
Hoogeveen vraagt wat de minister bedoelt met Rusland als ‘vijand’ en of die term ook geldt voor Iran en andere landen die een veiligheidsdreiging vormen.
Rajkowski wil dat Nederland en Europa Oekraïne langdurig blijven steunen en vraagt de minister bij andere lidstaten aan te dringen op het gebruik van Russische Centrale Banktegoeden voor die steun.
Rajkowski vraagt of Nederland met noordelijke en oostelijke lidstaten optrekt om een inreisverbod voor Russische strijders in te voeren en hoe het kabinet Frankrijk en Italië onder druk zet om hun verzet te stoppen.
Rajkowski vraagt hoe haalbaar een 22ste sanctiepakket is en noemt de sancties tegen betrokkenen bij de ontvoering van Oekraïense kinderen door Rusland een belangrijk signaal.
Rajkowski zegt dat de Georgische regering onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties aanpakt en dat oppositieleiders en kritische journalisten worden opgesloten.
Rajkowski vraagt of Nederland met andere landen een klacht tegen Georgië wil indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en voorlopige maatregelen wil vragen tegen de vervolging van de oppositie en geweld tegen demonstranten.