Rooderkerk wil dat elk kind goed leert lezen en schrijven, met boeken op school, lezen in alle vakken en extra geld voor scholen die door de nieuwe verdeling van achterstandsgeld minder krijgen.
Rooderkerk zegt dat D66 1,5 miljard euro in onderwijs investeert en wil dat de minister zorgvuldig uitwerkt hoe de taakstelling voor ambtenaren bij Onderwijs wordt uitgevoerd.
Rooderkerk stelt voor om 30 miljoen euro voor studenten te gebruiken voor het les- en cursusgeld van mbo-studenten en 10 miljoen voor de hogere beurs voor uitwonende studenten.
Rooderkerk vraagt om een leesplan voor kinderen en jongeren tot 23 jaar, wil een passende stagevergoeding en vraagt of de aanpak van stagediscriminatie in het hoger onderwijs doorgaat.
Rooderkerk vraagt hoe de minister de academische vrijheid wil versterken en wil dierproeven op apen zorgvuldig afbouwen, met aandacht voor onderzoek naar ernstige ziekten.
Plas van der vindt dat 21% btw op bijles de prijs verhoogt en bijles minder toegankelijk maakt voor mensen met een laag of middeninkomen.
Plas van der vraagt hoe scholen en bibliotheken beter kunnen samenwerken aan lezen en hoe de financiering voor de leescultuur na 2027 kan doorgaan.
Plas van der vraagt om gelijke behandeling van mbo-studenten en wil onderzoeken of ook bbl-studenten een studentenreisproduct kunnen krijgen.
Plas van der vraagt hoe studenten met een studieschuld tegemoet worden gekomen nu het beloofde renteplafond duurder blijkt, zonder elders in het onderwijs te bezuinigen.
Plas van der vraagt hoe instellingen Joodse studenten en medewerkers kunnen beschermen en wil dat instellingen jaarlijks rapporteren over de aanbevelingen van de Taskforce Antisemitismebestrijding.
Kisteman stelt dat er sinds 1994 meer geld naar onderwijs is gegaan, terwijl de onderwijsresultaten achteruitgingen, en wil dat onderwijsgeld goed wordt besteed.
Kisteman vraagt of voor- en vroegschoolse educatie verplicht kan worden voor kinderen die daar recht op hebben en wil de leerplicht zo snel mogelijk verlagen naar vier jaar.
Kisteman wil dat geld voor Sterk Techniekonderwijs aan techniekonderwijs wordt besteed en vraagt hoe de staatssecretaris voorzieningen zoals Techlab Zwolle behoudt.
Kisteman vraagt welke onderwijsregels de minister gaat schrappen en hoe de minister het aantal ambtenaren bij het ministerie van OCW gaat verminderen.
Kisteman vraagt hoe artikel 23 kan worden aangepast om de onderwijskwaliteit te verbeteren zonder de vrijheid van onderwijs aan te tasten.
Abdi vraagt het kabinet de belofte van een wettelijk renteplafond voor studieschulden na te komen en de rekening niet bij studenten neer te leggen.
Abdi vraagt welke risico's en scenario's voor het renteplafond tijdens de formatie zijn onderzocht en waarom de belofte is gedaan als de risico's al bekend waren.
Abdi vraagt naar de betrokkenheid van de minister bij de bezuinigingen op DUO, de gevolgen voor de uitvoering en hoe nieuwe discriminatie van studenten wordt voorkomen.
Abdi wil academische vrijheid en onafhankelijk onderzoek beschermen en pleit voor stabiele financiering van het volledige wetenschappelijke klimaat.
Abdi vindt dat een studielening geen belemmering mag zijn voor een hypotheek en vraagt of maatwerk mogelijk is.
Beer de wil sterker sturen op opleidingen voor sectoren met personeelstekorten, via voorlichting, bekostiging, verschillen in collegegeld en meer betrokkenheid van werkgevers.
Beer de stelt voor om binnen de mbo-bekostiging 600 miljoen euro te reserveren voor afspraken over tekortberoepen, in plaats van de voorgestelde 200 miljoen euro.
Beer de vraagt om meer duale opleidingen in het hbo, uitbreiding van driejarige hbo-bachelors voor vwo’ers en makkelijker overstappen van een bol- naar een bbl-opleiding.
Beer de wil binnen de nationale Talentstrategie prioriteit geven aan STEM-opleidingen op mbo-, hbo- en wo-niveau.
Beer de vraagt de minister naar samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties bij promotieonderzoek, met respect voor wetenschappelijke onafhankelijkheid, en naar de stand van zaken rond de screeningswet.
Boomsma wil het onderwijs verbeteren met onder meer duidelijke uitleg, veel oefenen en lezen, en vraagt om een landelijke eindtoets voor lerarenopleidingen.
Boomsma stelt een rijksacademie voor leraren voor, waar studenten direct salaris krijgen en in de praktijk leren, en wil de lerarenpromotiebeurs herstellen.
Boomsma wil minder internationale studenten buiten tekortsectoren, meer aandacht voor bèta en techniek en snelle inzet van geld voor de Talentstrategie.
Boomsma wil meer onderzoeksgeld direct naar onderzoekers en universiteiten, extra investeringen in synthetische cellen en minder vaak beoordelingen van universiteiten.
Boomsma vraagt het kabinet antisemitisme op universiteiten met voorrang aan te pakken en vindt een algemene boycot van Israëlische instellingen onjuist.
Ergin vraagt hoe de staatssecretaris de achterstand bij slechte schoolgebouwen gaat aanpakken en dubbele kosten bij verduurzaming gaat voorkomen.
Ergin vraagt waarom de minister de beloofde maximale rente van 2,5% op studieleningen niet heeft geregeld en wanneer de minister wist dat dit meer dan 40 miljoen euro zou kosten.
Ergin vraagt de minister om binnen een maand duidelijk te maken waarop de regering honderden miljoenen euro’s gaat bezuinigen.
Ergin vraagt de staatssecretaris hoe de overheid kansenongelijkheid gaat aanpakken, waaronder te lage schooladviezen, discriminatie, problemen bij het vinden van stages en gebedsverboden op scholen.
Ergin roept PRO op het plan om bijles duurder te maken te herzien, omdat veel ouders bijles gebruiken als oplossing voor problemen in het onderwijs.
Beckerman maakt zich zorgen over de groeiende rol van Defensie in onderwijs en onderzoek en vraagt het kabinet wat het doet om de academische vrijheid en onderwijskwaliteit te beschermen.
Beckerman vraagt het kabinet alsnog de rente op studieleningen te maximeren op 2,5%, zoals eerder beloofd.
Beckerman vraagt waarom niet alle investeringen in de begroting zijn onderbouwd en hoe het kabinet zorgt dat onderwijsgeld wordt gebruikt waarvoor het is bedoeld.
Beckerman vraagt aandacht voor de gevolgen van het niet volledig compenseren van inflatie en voor de gevolgen van personeelsbesparingen bij het ministerie.
Beckerman waarschuwt tegen het sturen van studenten naar opleidingen voor beroepen met personeelstekorten en pleit voor betere werkomstandigheden en ruimte voor fundamenteel onderzoek.
Kostić wil dat de rente op studieschulden richting 0% gaat en vraagt de minister daarvoor minder geld aan vervuilers en vermogenden te geven.
Kostić stelt voor belastinggeld voor apenproeven stap voor stap over te hevelen naar proefdiervrije innovaties, zonder apenproeven te verbieden.
Kostić vraagt de minister of de minister erkent dat de politiek meer moet doen om het aantal dierproeven terug te brengen.
Kostić stelt samen met 50PLUS voor om groene schoolpleinen een impuls te geven, met gebruik van de kennis en ervaring van onder andere IVN en Jantje Beton.
Tseggai vraagt de minister om concrete plannen om verschillen tussen mbo-, hbo- en wo-studenten te verkleinen, onder meer bij beurzen en het lenen van lesgeld.
Tseggai vraagt naar de voortgang van de wettelijke stagevergoeding en wil voorkomen dat studenten een heel laag bedrag krijgen.
Tseggai vraagt op welke taken wordt bezuinigd om tot 2029 gratis leermiddelen voor minderjarige mbo-studenten te betalen.
Tseggai vraagt hoe de minister zorgt voor balans tussen de aansluiting op de arbeidsmarkt en de versterking van mbo-opleidingen, en vindt dat opleidingen zelf aan zet moeten zijn.
Tseggai vindt dat gelijke behandeling van studenten niet ten koste moet gaan van andere studentengroepen en stelt voor om bijvoorbeeld de rijken te belasten.
Biekman dient met Rooderkerk een motie in om mbo-studenten bij het stoppen met een opleiding een deel van het les- en cursusgeld terug te geven, betaald uit de rentemaatregel.
Biekman vraagt de minister om practoraten in het mbo snel in de wet vast te leggen en toegang te geven tot onderzoeksgeld.
Biekman zegt dat mbo-studenten soms vastlopen op praktische zaken, zoals een laptop of een stageplek, en dat mbo-schaamte bestaat.
Biekman vindt dat het kabinet stappen zet voor het mbo, onder meer met geld voor het Regionaal Investeringsfonds en de invoering van de vaste voet.
Biekman vindt dat verschillende collegegelden voor mbo-studenten ongelijkheid in de hand werken en dat iedereen toegang moet hebben tot een mbo-instelling in de regio.
Ceder stelt een overgangsregeling voor om de gevolgen van de daling van het budget voor gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid op te vangen.
Ceder vraagt het kabinet om bij taalbeleid meer aandacht te geven aan de thuissituatie en te overleggen over een agenda voor het versterken van gezinnen.
Ceder vindt dat er minder nieuwe regels voor het onderwijs moeten komen en vraagt de minister om bij wetsvoorstellen te kijken naar de gevolgen en de opeenstapeling van regels.
Ceder vraagt de minister om werk te maken van een goudenhandenakkoord voor praktisch talent en de samenwerking tussen roc's en vmbo's te verbeteren.
Ceder vraagt aandacht voor de veiligheid van Joodse studenten en stelt voor om maatregelen tegen depressie en zelfdoding in het voortgezet onderwijs te betalen.
Dassen noemt de bezuiniging van 1,2 miljard euro onwenselijk en vraagt om een reactie van de minister.
Dassen wil een verbod op het gebruik van AI door leerlingen in het basisonderwijs en vraagt om onderwijs over het juiste gebruik van AI na de basisschool.
Dassen vraagt om een landelijk kader voor AI in het voortgezet onderwijs en wil weten hoe het vervolgonderwijs kan blijven aansluiten op de veranderende arbeidsmarkt.
Dassen vraagt of de staatssecretaris de zomer- en winterpakketten met schoolmaaltijden kan voortzetten en wijst op het belang van samen eten voor leerlingen.
Dassen vraagt de minister naar de gevolgen van het loslaten van het renteplafond voor het vertrouwen van studenten en de kansen om te studeren, en vraagt waarom het Tulp Fonds niet verder wordt gefinancierd.
Duijvenvoorde van stelt voor om leerplicht te vervangen door leerrecht, zodat ouders kunnen kiezen hoe het onderwijs en de opvoeding van hun kinderen worden ingericht.
Duijvenvoorde van vraagt of de minister de verschillen met Vlaanderen wil onderzoeken, waar ouders meer vrijheid hebben bij de inrichting van het onderwijs.
Duijvenvoorde van zegt dat leerlingen met een vwo-advies in brede brugklassen minder worden uitgedaagd en vraagt of ouders in elke regio kunnen kiezen voor een aparte vwo-brugklas.
Duijvenvoorde van vraagt of bij een nieuwe toeslag voor kleine scholen ook rekening kan worden gehouden met de levensbeschouwelijke betekenis van een school.
Duijvenvoorde van vraagt of hoger onderwijs alleen moet worden bekeken op het nut voor bedrijven en zegt dat onderwijs en cultuur breder zijn.
Raijer wil dat leraren meer ruimte krijgen voor lezen, schrijven en rekenen en vraagt het kabinet om naar het lesgeven te kijken.
Raijer wil dat aanvragen voor islamitische scholen niet meer worden behandeld en bestaande islamitische scholen direct sluiten, en dat de kwaliteit van scholen vooraf beter wordt bekeken.
Raijer wil agressie, discriminatie en pesten op school aanpakken met schorsing, verwijdering en aangifte.
Raijer vraagt de minister om maatregelen tegen antisemitisme op universiteiten en om mogelijkheden om studenten die terroristische organisaties verheerlijken te verwijderen.
Raijer wil aandacht voor mbo in krimpregio's en voor zorgopleidingen, wil geen buitenlandse studenten naar Nederland halen en vraagt of het beloofde renteplafond voor studieleningen goed is doorgerekend.
Stoffer vindt artikel 23 een krachtpunt en zegt dat kleine scholen niet alleen vanwege efficiëntie en het lerarentekort mogen sluiten; samenwerking tussen scholen moet vrijwillig zijn.
Stoffer vraagt om meer maatwerk voor zijinstromers in het onderwijs, een ruimere inkomensgrens voor de tegemoetkoming en een snellere regeling voor leraren uit het voortgezet onderwijs die op een basisschool willen werken.
Stoffer vraagt om een geleidelijke, flinke verhoging van het aantal opleidingsplaatsen voor tandartsen en om overleg met de sector over een betere spreiding van de opleidingscapaciteit.
Stoffer vraagt of de verdeling van geld voor onderwijsachterstanden anders moet, omdat scholen en gemeenten volgens Stoffer tegelijk geld verliezen.
Stoffer vraagt of het onderwijsveld na 2027 kan rekenen op een specifieke bijdrage voor het Nationaal Onderwijsmuseum en zegt dat de Kamer al tot een structurele subsidie besloot.
Armut wil dat het oordeel van de leraar zwaarder weegt bij het schooladvies en vraagt hoe vooroordelen kunnen worden tegengegaan zonder afhankelijk te zijn van de doorstroomtoets.
Armut vraagt hoe leraren en schoolbestuurders beter beschermd kunnen worden tegen slepende klachtenprocedures en grensoverschrijdend gedrag van ouders.
Armut wil Kansrijke Start en voorschoolse educatie beter verbinden om kinderen eerder te vinden en beter te bereiken, en wil drempels voor deelname wegnemen.
Armut dient met andere partijen een amendement in voor 6 miljoen euro in 2027 voor de ontwikkeling en verspreiding van leermiddelen in het gespecialiseerd onderwijs.
Armut vraagt om richtlijnen voor leren uit boeken op school en om een plan voor digitalisering en AI in het hoger onderwijs en mbo.