Baarle van vindt dat Nederland niet mag deelnemen aan de oorlog tegen Iran en vraagt de regering Nederlandse uitzendingen terug te trekken en de aanvallen van Trump en Netanyahu te veroordelen.
Baarle van vraagt of uitgesloten is dat de Nederlandse missie betrokken raakt bij aanvallen op Iraans grondgebied en vraagt welke afspraken en mandaten gelden.
Baarle van zegt dat de minister de motie over onderzoek naar individuele compensatie voor slachtoffers van Hawija niet uitvoert en vraagt waarom beschikbare informatie niet wordt gebruikt.
Baarle van vindt de argumenten tegen compensatie voor Hawija willekeurig en vraagt waarom in gevallen in Afghanistan en Mosul wel individuele compensatie is gegeven.
Baarle van vraagt waarom EUFOR niet heeft geholpen bij de arrestatie van Milorad Dodik en of Nederland de zoektocht naar slachtoffers van Srebrenica nog ondersteunt en die steun wil versterken.
Piri vraagt waarom de minister niet onderzoekt of nabestaanden van slachtoffers in Hawija een vergoeding kunnen krijgen, zoals de Kamer eerder vroeg, en waarom wel vrijwillige compensatie is gegeven voor Mosul.
Piri vraagt het kabinet om een serieuze reactie op het rapport over lokaal personeel en om met de Defensievakbonden te bespreken hoe de veiligheid van lokaal personeel vanaf de werving kan worden verbeterd.
Piri vraagt of Nederland met Frankrijk en Italië kan kijken naar een rol voor de EU in Libanon na de beëindiging van UNIFIL, als de Libanese regering dat zou waarderen.
Piri vraagt het kabinet de conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van ASPIDES mee te nemen bij een mogelijke vervolgmissie en vraagt wat de evaluatie betekent voor een mogelijke missie bij de Straat van Hormuz.
Piri vraagt of Nederland geen steun zal geven aan een mogelijke aanval van de VS en Israël op Iran en hoopt dat het kabinet geen begrip uitspreekt voor een nieuwe militaire aanval.
Yeşilgöz-Zegerius zegt dat Nederlandse missies bijdragen aan de internationale rechtsorde en de bescherming van Nederlandse belangen, ook buiten de landsgrenzen.
Yeşilgöz-Zegerius zegt dat het kabinet geen individuele compensatie voor Hawija aanbiedt, omdat de aanval volgens Defensie rechtmatig was, en met 10 miljoen euro samen met de lokale samenleving een bijdrage wil leveren.
Yeşilgöz-Zegerius zegt dat Defensie meer aandacht zal besteden aan lessen uit missies in de voortgangsrapportages en zal uitleggen waarom lessen soms minder zichtbaar zijn.
Yeşilgöz-Zegerius zegt dat de inzet aan de NAVO-oostflank prioriteit heeft en dat de missie in Litouwen tot eind 2028 voldoende personeel, materieel en logistieke steun vraagt.
Yeşilgöz-Zegerius zegt dat de missie in de Straat van Hormuz nog niet is gestart, maar dat de Evertsen in de regio oefeningen uitvoert en informatie verzamelt.
Belhirch vindt dat Nederlandse en Europese belangen leidend moeten zijn bij missiekeuzes en vraagt of de minister een afwegingskader met de Kamer kan delen.
Belhirch vraagt hoe de minister de informatievoorziening en commandostructuur bij EU-missies verbetert en of de minister wil werken aan een Europese variant van Five Eyes.
Belhirch vraagt waarom de Kamer nog niet is geïnformeerd over hoe Defensie leert van missies en wil dat geleerde lessen duidelijker in rapportages staan.
Belhirch vraagt welke stappen de minister heeft gezet om de archivering bij Defensie te verbeteren en hoe de Kamer wordt geïnformeerd over de opvolging van rapporten en aanbevelingen.
Belhirch vraagt aandacht voor de veiligheid van de lokale bevolking en de gevolgen voor nabestaanden, en kijkt uit naar de reactie van het kabinet op de motie over de veilige overbrenging van Afghaanse bewakers.
Boon wil Nederlandse militairen inzetten voor grensbewaking om asielzoekers en illegale migranten tegen te houden.
Boon vraagt om buitenlandse missies die niet bijdragen aan de veiligheid van Nederland of NAVO-grondgebied af te bouwen en vraagt wat een nieuwe bijdrage in Libanon oplevert voor de Nederlandse veiligheid.
Boon steunt het besluit om de regeling voor lokaal personeel niet uit te breiden en wil dat niemand meer via deze regeling naar Nederland komt.
Boon vraagt de minister de archivering op orde te brengen en wijst op videobeelden over Hawija die jarenlang onvindbaar waren.
Boon vraagt de minister steeds te kiezen voor wat het beste is voor Nederlandse militairen en niet voor belangen in Brussel.
Lanschot van zegt dat het CDA de motie-Piri steunde vanwege onduidelijkheid over vrijwillige individuele compensatie en dat het kabinet de verschillen tussen Hawija, Mosul en Afghanistan duidelijk heeft uitgelegd.
Lanschot van vraagt de minister om de laatste stand van zaken over een mogelijke Nederlandse inzet bij de Straat van Hormuz.
Lanschot van vraagt de minister of Nederland voldoende bijdraagt aan de NAVO-oostflank en meer verantwoordelijkheid kan nemen om de samenwerking met bondgenoten te versterken.
Lanschot van vraagt naar de voortgang van een nieuw afwegingskader voor een veteranenstatus die past bij moderne missies, zoals cyberoperaties en de verdediging van NAVO-grondgebied.
Lanschot van zegt dat de evaluatie van de inzet in de Rode Zee beperkte resultaten voor de bredere doelen laat zien, maar ook diplomatieke resultaten voor Nederland.
Nanninga vraagt waarom de Karel Doorman naar EU-missie ASPIDES ging, terwijl de Amerikaanse operatie Prosperity Guardian volgens Nanninga betere voorwaarden bood.
Nanninga vraagt de minister om bij een nieuwe afweging over ASPIDES de optie van de Combined Maritime Forces expliciet te beoordelen op Nederlandse belangen en de veiligheid van militairen.
Nanninga is tegen meer EU-missies en een Europees leger, wil voortbouwen op de NAVO en vraagt de minister naar de EU als militaire speler naast de NAVO.
Nanninga steunt een mogelijke internationale missie in de Straat van Hormuz, maar vraagt hoe het kabinet meeweegt dat een schip dan niet kan bijdragen aan bescherming van de Noord- en Oostzee.
Nanninga steunt hulp aan Oekraïne, maar vraagt of Nederland genoeg luchtverdediging overhoudt en of de gevolgen van inzet elders met de Kamer kunnen worden gedeeld.
Groot de vindt dat Nederlandse militaire inzet vooral moet gaan naar afschrikking en verdediging aan de oostflank van de NAVO en steunt verlenging van de missie in Litouwen tot december 2028.
Groot de vraagt welke lessen de minister trekt uit de inzet in Litouwen en wat de eenheden nodig hebben om de missie tot eind 2028 goed vol te houden.
Groot de vraagt welke problemen gezinnen ervaren door lange uitzendingen, hoe ervaringen van het thuisfront worden meegenomen bij evaluaties en hoe Defensie het thuisfront ondersteunt.
Groot de vindt dat Defensie snel betaalbare systemen tegen drones moet ontwikkelen en vraagt hoe nieuwe technologie snel kan worden ingezet bij lopende missies.
Groot de vraagt hoe bij nieuwe missies wordt voorkomen dat de voorbereiding op de verdediging van NAVO-grondgebied in het gedrang komt.