minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
29
AI Samenvatting · niet door de Tweede Kamer
Heerma wil rechters wetten laten toetsen aan klassieke grondrechten en streeft ernaar het voorstel begin 2027 bij de Kamer in te dienen; sociale grondrechten vallen niet onder het voorstel.
Heerma stelt dat de wetgevende macht bij parlement en regering ligt en ziet geen aanleiding voor voorstellen om het politieke primaat te herstellen.
Heerma streeft ernaar het voorstel voor een meer burgergerichte overheid in het tweede kwartaal van 2027 aan de Raad van State voor te leggen.
Heerma onderzoekt uitbreiding van de bevoegdheid van de Nationale ombudsman en wil de Kamer uiterlijk begin 2027 informeren over de hoofdlijnen en voortgang.
Heerma zegt dat de AIVD binnen wettelijke kaders werkt en onder onafhankelijk toezicht staat, en dat de AIVD onderzoek kan doen naar dreigingen voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde.
Clemminck wil meer politieke en minder juridische ruimte en vraagt de minister hoe het politieke primaat kan worden hersteld.
Clemminck vindt dat organisaties die rond verkiezingen politieke invloed uitoefenen eerder openheid moeten geven over hun inkomsten en vraagt de minister om een oordeel over Voor Ons Nederland.
Clemminck vraagt waarom de minister drie organisaties heeft ingehuurd voor onderzoek en advies en of de minister wil nagaan of deze organisaties goede partners zijn.
Clemminck vraagt de minister af te zien van een rodekaartprocedure voor uitvoeringsorganisaties, omdat de Kamer volgens Clemminck beslist over wetten en regels.
Clemminck vraagt of constitutionele toetsing leidt tot meer juridisering en of het onwenselijk is dat rechters daardoor bij politieke discussies worden betrokken.
Meijeren van zegt dat de Grondwet grondrechten niet vanzelf beschermt en dat bescherming afhangt van instellingen die het belang van het Nederlandse volk vooropstellen.
Meijeren van vraagt de minister of de AIVD de definitie van extremisme heeft veranderd en waarom de AIVD ook onderzoek kan doen naar niet-strafbare activiteiten die het vertrouwen in de overheid verminderen.
Meijeren van is tegen een verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties en vindt dat mensen anoniem moeten kunnen demonstreren.
Meijeren van pleit voor gekozen burgemeesters, omdat burgemeesters grondrechten kunnen beperken en volgens Meijeren van hun politieke opvattingen laten meewegen bij demonstraties.
Meijeren van vindt dat de minister vragen ontwijkend beantwoordt en vraagt waarom alleen de vijf grootste fracties de inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen controleren.
Sneller stelt voor dat iedereen die in het openbaar wordt beëdigd verplicht één hand op de Grondwet legt bij de eed of belofte.
Sneller vraagt of de voordelen van de herziening van de Algemene wet bestuursrecht alsnog in kaart worden gebracht en of drie Hoge Colleges van Staat daarover advies kunnen geven.
Sneller vraagt of artikel 11 van de Wet algemene bepalingen moet worden gewijzigd bij de invoering van constitutionele toetsing en of het kabinet daarvoor plannen heeft.
Sneller vraagt de minister een planning te maken om de overgangsbepalingen uit de Grondwet te schrappen.
Sneller vraagt de minister te bespreken of de Nationale ombudsman ook in Nederland de bevoegdheid moet krijgen om aan rechtszaken deel te nemen.
Bosma vraagt de minister de voorstellen in te trekken om rechters wetten aan de Grondwet te laten toetsen, omdat dit volgens Bosma de parlementaire democratie ondermijnt.
Bosma zegt dat rechters niet gekozen zijn en geen afspiegeling van het volk vormen, en dat politici zelf maatregelen kunnen nemen tegen armoede.
Bosma zegt dat hoogopgeleiden steeds hun zin krijgen, terwijl de wensen van praktisch opgeleiden volgens Bosma worden genegeerd.
Bosma vraagt de minister hoe de sociale grondrechten sinds 1983 precies tot verbetering voor burgers hebben geleid.
Bosma vraagt Clemminck of Clemminck bekend is met de betrokkenheid van de Stichting Weerbare Democratie en mensen met banden met D66, en of Clemminck daarover verontrust is.
Mohandis is positief over het gedeeltelijk afschaffen van het toetsingsverbod, maar vindt dat de rechter ook sociale grondrechten moet kunnen toetsen.
Mohandis vraagt om verdere uitwerking van een noodremprocedure voor de uitvoering en wijst op problemen met wetgeving en de gevolgen voor mensen.
Mohandis vindt de plannen voor een slagvaardige overheid een verkeerde richting, omdat een taakstelling zonder gesprek over taken volgens Mohandis bij de uitvoering terechtkomt.
Mohandis vraagt naar de bescherming van grondrechten bij digitalisering, het recht op menselijk contact, niet-digitale alternatieven en de inzet van AI door de overheid.
Mohandis vraagt wanneer het nieuwe voorstel voor de Algemene wet bestuursrecht komt en hoe het staat met de mogelijke uitbreiding van de taken van de Nationale ombudsman.
Vermeer vraagt hoe de minister als hoeder van de Grondwet de grondrechten en bestaanszekerheid van boerengezinnen beschermt bij het landbouwbeleid.
Vermeer vraagt of de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister van Landbouw reageert op het verwachte rapport van de Nationale ombudsman over de gevolgen van overheidsbeleid voor boeren.
Vermeer vraagt naar de voortgang van het onderzoek naar het openbaar maken van gegevens per postcodegebied, om de privacy en veiligheid van boerengezinnen te beschermen.
Vermeer vraagt om een werkwijze waarbij de overheid na een rechterlijke uitspraak over onvoldoende compensatie zelf onderzoekt of meer mensen herstel nodig hebben, ook als die geen bezwaar hebben gemaakt.
Vermeer vraagt Van Meijeren wanneer een verbod op gezichtsbedekking is toegestaan en of de beslissing daarover bij demonstraties van een individuele burgemeester mag afhangen.
Brink van den vraagt naar de stand van het onderzoek naar een rode kaart voor uitvoeringsorganisaties en naar de uitvoering van een motie hierover.
Brink van den vraagt naar de planning van grondwettelijke toetsing en zegt dat het CDA hiervoor is, maar nog geen definitief oordeel over het wetsvoorstel heeft.
Brink van den vindt het goed dat het wetsvoorstel over de Algemene wet bestuursrecht aandacht besteedt aan begrijpelijke taal en dat de uitvoeringstoetsen serieus worden genomen.
Brink van den vraagt hoe de minister contact met mensen die bezwaar maken wil bevorderen en of een wettelijke verplichting hiervoor kan leiden tot meer juridische procedures.
Brink van den zegt dat de democratie onderhoud vraagt en dat dit een opdracht is voor de politiek.
Meulenkamp wil het vertrouwen in de overheid herstellen met een betrouwbare, toegankelijke overheid die meedenkt en meer maatwerk biedt.
Meulenkamp vraagt de minister hoe de verandering naar een meer burgergerichte overheid echt tot stand komt, omdat mensen zich volgens Meulenkamp in veel overheidslagen achter beleid verschuilen.
Meulenkamp vraagt of het kabinet de bevoegdheden van de Nationale ombudsman wil uitbreiden en betwijfelt of dat wenselijk is.
Meulenkamp vindt dat gemeenten verantwoordelijk moeten blijven voor klachten over taken die gemeenten aan private organisaties uitbesteden, zodat inwoners niet tussen loketten verdwalen.
Meulenkamp wil bij komende wetgeving goed kijken naar zaken die slecht zijn gevallen bij inwoners, waaronder de toeslagenaffaire, en wacht de voorstellen van de minister af.